D
DS
T
M

De vakman-stukadoor: een echte duizendpoot!

HET PLEISTERWERK (binnen) vormt de basis voor de afwerking van de binnenmuren en plafonds. Je kan kiezen tussen nat pleisterwerk of gipsplaten.

Nat pleisterwerk

  • Dit Dit is het populairste type van plafondbekleding. Het aanbrengen gebeurt als de woning winddicht is.
  • Gips aanbrengen gebeurt machinaal of manueel en vergt vakmanschap.
  • Kwalitatief zijn er geen grote verschillen, maar het rendement van de eerste methode ligt wel hoger.
  • Achteraf kan regelmatig onderhoud nodig zijn: opnieuw verven, barstjes wegwerken, …

 

Plafond met gipskarton

 

Decoratief stucwerk (sierlijsten)

 

  • Breng een kleine versiering op muren en plafonds met decoratief stucwerk zoals sierlijsten, rozetten en consoles.
  • Vroeger gebeurde het aanbrengen handmatig, maar nu zijn er ook goedkope geprefabriceerde exemplaren.
  • Dat is ook zo voor de zogenaamde kooflijsten, die voor een decoratieve aansluiting zorgen tussen muren en plafonds. Zij worden meestal gekleefd.

 

GEVELPLEISTERS (buiten) passen door de band beter bij een strakke, moderne vormgeving. Ze lenen zich uitstekend om complexe bouwdelen te bekleden. Ook het aantal texturen en kleuren vormen een belangrijke troef.

  • Er wordt een onderscheid gemaakt tussen minerale pleisters (op basis van cement) en synthetische pleisters op basis van kunstharsen
  • Synthetische pleisters worden meestal kant-en-klaar geleverd, terwijl minerale pleisters aangemaakt worden met water
  • De synthetische pleisters mogen dunner aangebracht worden dan de minerale en kunnen afgespoten worden zonder structuurverlies
  • Om gevaar voor vorstschade te vermijden, moeten sierpleisters dampdoorlatend zijn


Muuropbouw: Verschillende mogelijkheden

  • Massieve muur, zonder spouw, met isolatie aan de buitenzijde
  • Sneller dan methode 2, vaak de goedkoopste methode
  • Minder kans op scheurvorming (isolatielaag vangt thermische werking van muur op)
  • Beter thermisch comfort: kans op koudebruggen wordt drastisch verlaagd
  • Ook akoestisch interessant
  • Plaatswinst
  • Nadeel: er is geen spouw om water in muur te evacueren. Mits goede plaatsing kan er zich echter geen insijpeling voordoen
  • Is eerder vatbaar voor beschadigingen dan andere systemen (vb. vallende ladder,...)
  • Spouwmuur, met isolatie in de spouw
  • Minder vatbaar voor beschadigingen
  • Pleisteren kan tijdje uitgesteld worden
  • Vereist meer stenen en werkuren
  • Een massieve muur, zonder isolatie
  • Gemakkelijkste en snelste methode
  • Kan enkel met isolerende blokken (vb. cellenbeton of isolerende snelbouwstenen ); zijn duurder in aankoop, maar wordt gecompenseerd door hoger rendement bij plaatsing
  • Geen gevaar op koudebruggen door slecht geplaatste isolatie
  • Extra aandacht besteden aan metselwerk; scheurvorming in metselblokken resulteert automatisch in scheurvorming van pleisterlaag (bij methode a) kan isolatielaag spanningen opvangen)
  • Alle elementen in woning moeten bij voorkeur van zelfde materiaal (cellenbeton) zijn (lateien, balken boven garage, ...). Anders kans op scheurvorming.

 

Bescherming van het sierpleister
Via enkele kleine ingrepen kan je sierpleister behoeden tegen vervuiling:

  • Brede dakrand
  • Plint aan onderzijde van de woning (blauwe steen, donkere gevelsteen,...)
  • Aangepaste vensterbladen met ophoogje aan de randen (zo stroomt water steeds via het midden van de vensterbank zodat het de muur niet raakt)
  • Aangepaste roosters (afzuigkap, ventilatieroosters,...) ; moeten of wel ver genoeg ofwel helemaal niet uitsteken