D
DS
T
M
Ga terug naar het overzicht

Jongeren op actieve manier warm maken voor een carrière in de bouwsector!

20-04-2018
Jongeren op actieve manier warm maken voor een carrière in de bouwsector!

Vele bouwbedrijven blijven op zoek naar geschikte arbeidskrachten. Ondertussen kiezen steeds minder jongeren voor het technisch- en beroepsonderwijs. Nochtans is de vraag naar goede stielmannen en technisch geschoolde medewerkers groot. De beroepsgroep bouwvakkers en -technici zit voor Limburg in de top 3 van beroepsgroepen met het meest aantal ontvangen vacatures.Van april 2017 tem maart 2018 waren dit 2756 vacatures en dat is een stijging met 16,9% tov het jaar ervoor (april 2016-maart 2017)*.

De krapte op de arbeidsmarkt is daarnaast ook gestegen. In 2017 was de spanningsindicator voor de sector bouw 7,3 terwijl dit in 2016 nog 11,2 was. De spanningsindicator meet de krapte op de arbeidsmarkt. Hij geeft de verhouding weer tussen het aantal werkzoekenden en het aantal beschikbare vacatures. Als deze verhouding groot is, verloopt het invullen van jobs vlotter. Het vinden van geschikt personeel is dan ook een probleem voor vele Limburgse bouwbedrijven op dit moment.

Er zijn op dit moment heel wat jobs in de bouw en daarnaast biedt werken in de bouw ook heel wat voordelen t.a.v. andere sectoren:

  • In de bouw kan je achteraf bekijken wat je gedaan hebt. Vaak nog jaren later kan je zeggen “ik heb daar aan mee gewerkt”. Je kan echt fier zijn op je werk.
  • Het loon zit goed. Een jonge, startende bouwvakker krijgt een mooi netto-loon (zo’n 1700 euro/maand netto).
  • In de bouw krijg je heel wat bijkomende vergoedingen en extra voordelen zoals een hospitalisatieverzekering, maar bv. ook een vergoeding als je niet kan werken omwille van slecht weer en je krijgt veel mogelijkheden om bijkomende opleidingen te volgen
  • De bouw: dat is vrienden onder elkaar. Je werkt in ploeg/team.
  • In de bouw heb je 32 vakantiedagen. Ter vergelijking: het wettelijk minimum dat in veel bedrijven en sectoren geldt, is 20.

Jongeren actief warm maken voor een job in de bouw is dus de boodschap en één van de grote uitdagingen voor de toekomst,” aldus Davy Maesen, gedelegeerd bestuurder van Bouwunie Limburg. De kwaliteit en het succes van het bouwonderwijs spelen hierin een erg belangrijke rol voor de sector. Constructiv levert als sectorfonds op dat vlak al heel wat inspanningen door o.a. het aanbieden van VCA-examens en opleidingen voor zowel leerlingen als leerkrachten. Zo namen de afgelopen 3 schooljaren in Limburg gemiddeld 380 leerlingen deel aan een VCA-examen. Vanaf schooljaar 2017-2018 kan elke leerling in de derde graad van alle bouwafdelingen bovendien 1x gratis deelnemen aan het VCA examen. Op vlak van opleidingen voor leerlingen als leerkrachten biedt Constructiv het volgende:

 

Leerlingen  
2015 - 2016 267
Veilig werken op hoogte - module 2 95
Veiligheid voor sectorintreders 75
Plaatsen van parket 31
Duurzaam en bijna energieneutraal bouwen (BEN) 20
Groene daken 12
   
2016 - 2017 708
Milieubewust en ergnomisch werken op de bouwwerf 160
Stofbestrijding bij gebruik van elektrisch handgereedschap 150
Basisopleiding veiligheid voor nieuwe intreders - afwerking 91
Plaatsen van parket 48
Veilig werken met handgereedschap en machines 44
   
2017 - 2018 698
Veilig werken op hoogte - module 2 197
Basisopleiding veiligheid voor nieuwe intreders 80
Milieubewust en ergonomisch werken op de bouwwerf          71
Stof, beter voorkomen dan inademen 63
Plaatsen van gyproc wanden      45

 

Leerkrachten  
2015 - 2016 51
Veilig werken op hoogte - module 3 14
Meng de mentor 8
SKETCHUP 7
Isolatie en bouwknopen: nieuwbouw 3
VCA leidinggevenden 3
   
2016 - 2017  19 
 Systeembekisting: train the trainer
SKETCHUP Gevorderd 2
SKETCHUP 7
Buitenvloeren en -trappen 1
Expert day: 'buitenschrijnwerk' 1
   
 2017 - 2018 33
 Dakmaquette: train the trainer 12
 VCA: hoe breng ik het aan aan mijn leerlingen? 10 
 Sleutelen aan stagevaardigheden
 (Hernieuwbare) energietechnieken van ééngezinswoningen 2
 Erkend lesgever CERGA

 

Sterker op de arbeidsmarkt

“Kwalitatief bouwonderwijs garandeert echter niet dat jongeren ook effectief doorstromen naar de sector. Jongeren tijdens de opleiding werkervaring laten opdoen is absoluut nodig! Jongeren die “leren op de werkplek” komen met een pak ervaring en dus sterker op de arbeidsmarkt. De bouwsector heeft daar echt nood aan”, aldus Davy Maesen, gedelegeerd bestuurder van Bouwunie Limburg.

Werkplekleren kent een groot aantal voordelen. Het is een voorbeeld van een win-win situatie. Deze vorm van leren creëert een aantal voordelen voor elke betrokken partij.

Ten eerste situeren bepaalde voordelen zich op het niveau van de lerende. Deze kan vakmanschap en grondige professionele expertise ontwikkelen. Via werkplekleren bouwt de lerende aan vaardigheden en competenties die nodig zijn om te kunnen meedraaien in een werkomgeving. Zo kunnen er ook enkele competenties ontwikkeld worden die in een schoolsituatie doorgaans weinig aan bod komen zoals sociale competenties, de mogelijkheid om flexibel te reageren op verandering en proactiviteit. De overgang van leren naar werken wordt tevens vergemakkelijkt. Door zich in een realistische arbeidssituatie te bevinden, kunnen leerlingen meer voeling krijgen met een beroep en de verwachtingen van werkgevers. Via de opgedane ervaring en een goede reflectie hierop kan de lerende ook voorkeuren ontdekken inzake bedrijfscultuur, organisatie, aard van werk, enzovoort. Het zelfvertrouwen en de motivatie wordt ook vergroot door de verrijking van het leerproces. Voor veel leerlingen sluit deze vorm van leren beter aan bij hun leerstijl. De invulling van het werkplekleren gebeurt op basis van het leertraject van de lerende, zijn of haar leernoden, leerstijl en de mogelijkheden van het bedrijf dat een werkplek aanbiedt. 

De betrokken onderneming ondervindt tevens voordelen aan werkplekleren. Zo heeft het een positieve impact op de instroom van gekwalificeerde werknemers. Skill gaps worden verkleind door training op maat. Werkplekleren heeft daarnaast een positief effect op rekrutering en behoud van werkkrachten. Het heeft ook een positieve invloed op de ontwikkeling van werknemers die reeds in dienst zijn. Doordat zij mentor worden van een lerende, kunnen ze hun sociale vaardigheden verder ontwikkelen. 

De maatschappij wint ook veel aan een goed systeem van werkplekleren. Er is namelijk een toename aan vaardige arbeidskrachten die beter aansluit bij de noden van de arbeidsmarkt. Zo kan werkplekleren bijdragen aan het wegwerken van knelpuntberoepen. Een positieve werkervaring kan ervoor zorgen dat aan het eind van het traject leerlingen worden aangenomen en zo instromen in organisaties. Daarnaast blijk dat landen waar leerstages goed ingeburgerd zijn er beter in slagen hun jongerenwerkloosheidgraad laag te houden. Enerzijds omdat jongeren vaak aan het einde van hun duaal traject worden aangenomen door het bedrijf waar ze al werkend leerden. Anderzijds doordat de ongekwalificeerde uitstroom vermindert en jongeren sneller werk vinden met hun kwalificatie. Het heeft tevens het potentieel om sociale inclusie te versterken en gelijke kansen te creëren.

En dat blijkt ook uit een sectorstudie (2016) van BOUWUNIE bij de algemene en ruwbouwaannemers. Uit deze studie blijkt dat 59% van de aannemers ervaring heeft met een of andere vorm van werkplekleren (d.i. leren op de werkplek in combinatie met leren op de schoolbank). Bij 76% gaat het om een of meer leerlingen uit het voltijds bouw- of houtonderwijs die stage gelopen hebben in het bedrijf. Meestal tot grote tevredenheid want 52% heeft die leerling na de stage ook in dienst genomen. Bij 28% van de aannemers die ervaring heeft met werkplekleren gaat het om een leercontract of leertijd via Syntra. Ook hier resulteerde dat bij 53% van de bedrijven in het afsluiten van een arbeidsovereenkomst.

Bij 71% van de bedrijven die een jongere in het kader van een stage of leertijd in dienst nam, is de betrokkene nog steeds in dienst of dit toch een aantal jaren gebleven. Bij 16% was dit slechts voor een korte periode. Diegenen die het bedrijf verlieten, deden dat dikwijls om zelf een eigen bedrijf te starten. Werkplekleren is een goede formule, aldus de aannemerswereld. De overgrote meerderheid van de bedrijven zegt tevreden te zijn, zowel over de contacten met scholen en Syntra (85%) als over de administratie die dit meebrengt (lees: valt goed mee) (92%).

Werkplekleren is de toekomst

Leon Peters, voorzitter van Bouwunie Limburg: “Werkplekleren is de toekomst! Het moet het sterk merk worden dat jongeren de best mogelijke ontplooiingskansen biedt dankzij de combinatie van een sterke algemene vorming in de klas en levensecht leren op de werkvloer. Op die manier plaatsen we hen met beide voeten stevig op de arbeidsmarkt en in het leven.”

Ook de leerlingen die de afgelopen week hebben deelgenomen aan het werkplekleren bij Peters Leon dakwerken ervaren dit zo:

Gianno, leerling 7de jaar Bijzondere Schrijnwerktechnieken van Mosa-RT: “ Ik heb deze week van werkplekeren als zeer positief ervaren. Ik heb veel meer geleerd dan in theorie al die weken. Ook onze mentor Sam binnen het het bedrijf hier heeft ons goed begeleid en voorzien van de nodige uitleg bij de verschillende werkzaamheden. Er is toch wel een belangrijke rol weggelegd voor de mentor binnen het bedrijf als je als werkgever aan werkplekleren wil doen.”

Djarno, leerling 7de jaar Bijzondere Schrijnwerktechnieken van Mosa-RT: “Ik heb de afgelopen week een volledig inzicht gekregen in het beroep van timmer- en dakwerken. Het is een zeer gevarieerd beroep met veel afwisseling in taken. Het voordeel van werkplekleren is dat je in veel sneller leert in de praktijk en daardoor ok beter wordt geprikkeld.”

Davy Maesen besluit: “We zullen vanuit Bouwunie Limburg het werkplekleren dan ook actief promoten naar de bouwbedrijven toe zodat ook zij zich hiervoor voluit engageren.” Het initiatief dat we hier vandaag zien, verdient zeker navolging!

Luc Evens, directeur TISM Bree: “TISM gelooft reeds jaren in de meerwaarde van werkplekleren en zet hier volledig op in omdat het een meerwaarde kan betekenen voor de leerling, de school en het bedrijf. Algemene of generieke competenties ontwikkelen binnen de school, zo breed mogelijk, en daar bovenop specifieke competenties ontwikkelen in het bedrijf of de werkplek. Op die werkplek vragen wij ook de aanwezigheid van de leerkracht zodat hij de beginsituatie van de leerlingen kan bepalen en het uit te voeren leerproces helpt vormgeven om de doelstellingen te kunnen realiseren...., in de praktijk evolueren een aantal specifieke doelstellingen heel snel en heeft de school nood aan ondersteuning. Doordat de leerkracht op de werkplek aanwezig is kan hij bijsturen en realiseren we een groot en effectief leerrendement voor de lerende, m.n. de leerling en de leraar. T.o.v. een traditionele stage, wat veelal een officieus karakter heeft, kan je niet hetzelfde rendement halen. Een ‘gewone’ blokstage is in de nijverheidsrichtingen zeer gedifferentieerd, houtbewerking kan zeer breed zijn en daar kan je geen specifieke te realiseren doelstellingen aan koppelen, dat willen we zo houden, de leerling kan achteraf zelf  kiezen om verder te specialiseren in een richting waar hij het meeste talent voor heeft.  Zowel de leerling als het bedrijf  als de leerling zijn beter af met generiek opgeleide professionals, specifieke opleidingen zijn in een snel evoluerende omgeving snel achterhaald. Algemene doelstellingen kan je realiseren via een traditionele stage… via werkplekleren ga je vooraf bepaalde doelstellingen realiseren met een groep leerlingen en die hebben daardoor een specifiek karakter”.